Archief Elka Schrijver
Het Aletta Jacobs Fonds beheert het Elka Schrijversfonds voor Atria. Elka Schrijver (1899-1989) had per testament een bedrag nagelaten aan het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (nu Atria), specifiek bestemd voor het ordenen en beschrijven van haar persoonlijk archief (13 meter) dat 50 jaar na overlijden mag worden vrijgegeven. Ze wilde dat haar archief na een bepaalde tijd “als studiemateriaal wordt gebruikt, zijnde een tijdbeeld van hoe deze, de eerste generatie van werkende vrouwen als gelijkgerechtigde burgers geleefd en gewerkt heeft.”
Ook al kan het archief van Schrijver pas in 2039 voor het publiek beschikbaar worden gesteld, het persoonsarchief is bijzonder waardevol voor Atria.
Joodse feministe tussen de eerste en de tweede golf
Elka Schrijver, (1899-1989) opgegroeid in een Amsterdams vrijzinnig Joods milieu, studeerde tuinbouw in Wageningen en begon in haar studententijd met schrijven. Later in Londen werd zij opgeleid tot copy writer en schreef goedbetaalde reclameteksten. Zij werd freelance journaliste en is na WOII ook boeken gaan schrijven, over en voor vrouwen en vrouwenvraagstukken én over kunstnijverheid, antiek en modern. Schrijver was actief in de Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers (UVV) en lid van de redactiecommissie van hun blad Raad en Daad, lid van de Nederlandse Unie van Vrouwelijke Bedrijfshoofden (NUVB) en lid van de VVD. Atria beheert zowel het archief van de UVV als ook het archief van de NUVB. Schrijver hoort daarmee tot de persoonsarchieven die inzicht geeft in de tot nu toe onderbelichte periode tussen de Eerste en de Tweede feministische golf, de vrouwen die zich voor vrouwenrechten zijn gaan engageren na het bereiken van het vrouwenkiesrecht.
Schrijver als onbekende verzetsstrijdster die de Holocaust overleefde
Schrijver werkte als vertaler, voornamelijk in het Engels, meestal van artikelen, maar ook van enkele boeken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was zij actief in het verzet, als lid van de Bosschart-groep van september 1939 tot maart 1941. Zij zat ruim 4 jaar gevangen vanaf 11 maart 1941, als laatste in een kamp buiten Jena tot 6 mei 1945. Samen met Rosa Boekdrukker, een van de initiatiefneemsters van de Februaristaking, kon zij bevrijd worden. Haar ouders werden in Sobibor vergast op 14 mei 1943. Met het archief van Schrijver komt een bijzondere bron voor onderzoek beschikbaar waarin de rol van de vrouwen in het verzet tegen nazisme en Jodenvervolging gedocumenteerd wordt.
Persoonsarchief als documentatie voor economische en intellectuele zelfstandigheid
Elka Schrijver was zich heel bewust van het belang van zelfdocumentatie als economisch zelfstandige vrouw, wat onder andere tot uitdrukking komt door het archiveren ook van de kopieën van haar uitgaande brieven en alle manuscripten en uitgaven van haar literair werk. Zo schrijft zij:
"Vanaf het begin van de jaren dertig heb ik echter van mijn gehele, tamelijk uitvoerige, correspondentie alle originelen en doorslagen bewaard. Hoewel een aanzienlijk deel van dit archief om veiligheidsredenen in de oorlog is vernietigd, is een aantal van de originelen van mijn brieven weer in mijn bezit teruggekomen […] ook brieven die ik na augustus 1939 en vóór 10 mei 1940 heb verzonden heb ik teruggekregen. Na de Bevrijding is mij de hele correspondentie overhandigd die ik met Simon Kolthoff heb gevoerd tijdens mijn gevangenschap in het vrouwentuchthuis te Anrath: mijn originelen, de enkele velletjes op tuchthuispapier, en de doorslagen van zijn antwoorden. […]"
Lees meer op de site van Atria.